Peel-museum

Over het Peelmuseum

Het Peelmuseum America telt in feite drie onderdelen, die met uiteraard allemaal kan bezichtigen. Het eerste onderdeel van het drieluik is hoofdgebouw ‘de Kamphut’. Dan is er op het terrein nog een tweede museumgebouw, ‘de Schuur’ genaamd. Tenslotte is er een derde deel van het drieluik. Dit is het grote buitenterrein met daarop onder meer twee plaggenhutten.

Download hier onze folder.

Museumgebouw ‘de Kamphut’

Het hoofdgebouw van het Peelmuseum is ‘de Kamphut’.  Voor wie het niet weet, dit houten gebouw is een monument op zich. Want in de periode 1940-1950 was dit het onderdak voor een kleine driehonderd Peelarbeiders. En later bood het jarenlang onderdak aan uiteenlopende groepen mensen, zowel vluchtelingen als voor ontspanning. In dit gebouw is behalve de ontvangst en de catering ook een het documentatiecentrum ingericht.Documentatiecentrum
De horizontale vitrines vertellen in woord en beeld het verhaal over de Peel, de turfwinning en de ontginningen. De legende van Rowwen Hèze, de markante Peelfiguur Christiaan Hesen (1853-1947) naar wie de bekende dialectgroep uit America is genoemd, wordt hier uiteraard ook uit de doeken gedaan.
Bezienswaardig zijn ook een reeks glazen ‘kijkkasten’ met kleine gebruiksvoorwerpen en keukengerei uit grootmoeders tijd. Zee bijzonder is een vitrine met devotionalia (religieuze voorwerpen) en voor wie meer geïnteresseerd is in luguber werk is er een kast met klassieke vangmiddelen voor muizen, ratten, mollen en konijnen en zelfs enkele luizenspuiten. Over wild gesproken,  van bijzondere kwaliteit is de collectie wilde vogels en knaagdieren die overzichtelijk in enkele vitrines zijn uitgestald.
Fotopanelen
Een mooi sfeerbeeld geven ook de panelen met zwartwitfoto’s, die zijn uitgestald op houten schragen. Voor wie het meer in de kunst zoekt, hangen hier een aantal schilderwerken met stemmige Peeltaferelen.  Interessant is ook de maquette van ‘de Zwarte Plak’, de boerderij van de familie Poels die in de laatste wereldoorlog zo’n belangrijk rol heeft gespeeld in het verzet en bij het opvangen van onderduikers.
Hoofdgebouw ‘de Kamphut’ is een monument op zich. Behalve dat het een tiental jaren onderdak bood aan Peelwerkers, werden hier ook vluchtelingen opgevangen en fungeerde het als hoofgebouw van jeugdvereniging Jong Nederland.

In de vitrines en andere kijkkasten liggen documenten en andere informatie die samen het verhaal van ‘de Peel’ vertellen.

Museumgebouw ‘de Schuur’

Achter het hoofdgebouw ‘de Kamphut’ vindt men het nieuwe museumgebouw ‘de Schuur’ (gebouw met op de voorgevel bord ‘Peelmuseum’). Behalve een aantal foto’s en kaarten vindt men hier vooral een groot aantal vroegere handgereedschappen, werktuigen en andere gebruiksvoorwerpen van Peelwerkers, zoals een turfpers en natuurlijk diverse steekschoppen. Bijzonder interessant in deze ruimte is ook de grote glazen bak, waarin het proces van veenvorming (van veenmos naar turf) in beeld wordt gebracht.
Museumvoorzitter Frans Steeghs (rechts) leidde tijdens de openingsdag wethouder Marcella  Dings-Polderman en voorzitter Fasol van de commissie van advies rond in ‘de Schuur’.
In ‘de Schuur’ treft men vele gereedschappen, werktuigen en andere gebruiksvoorwerpen die in ‘de Peel’ werden gebruikt.

De plaggenhut

Op het buitenterrein van het Peelmuseum treft u twee authentieke plaggenhutten, evenals een turfput, Peelplee (boeren toilet), schaapskooi en bijenstand (in aanbouw).
Een plaggenhut of spitskeet is een eenvoudige hut voor kleine huishouders. Zijn naam dankt deze povere ‘eengezinswoning’ aan het feit dat het dak met heideplaggen is bedekt.
Plaggenhutten waren te vinden in de armste streken van ons land, vooral in veenontginningsgebieden waaronder de Peel. Ze werden bewoond door de allerarmste arbeiders (dagloners, arme boeren, turfstekers en werklozen), ook wel met gezinnen. Hoewel de Woningwet van 1901 het wonen in een plaggenhut verbood, bleven ze tot in het begin van de 20e eeuw bewoond.Eendagsbouw
In de ontginningsgebieden gold de ongeschreven regel dat een nieuw huis mocht blijven staan als het tussen zonsondergang en zonsopgang was gebouwd en de schoorsteen ‘s ochtends rookte! De hutten waren zeer eenvoudig van constructie. Ze waren veelal deels uitgegraven in de grond en had geen zijmuren. Het dak, dat dan op grondhoogte begon, was bekleed met plaggen die uit de omliggende woeste heidegronden werden gehaald. De binnenruimte van de plaggenhut bestond meestal uit één kamer, waarin alles voorhanden was wat men nodig had.Ongezond
De leefomstandigheden in een plaggenhut waren erbarmelijk slecht. Door de bouwwijze was het vertrek slecht te verwarmen, vochtig en het krioelde er van ongedierte. De verwarming vond plaats met een open (turf)vuur, met een gat in het plafond als schoorsteen.
De hygiëne was beroerd. Er was bijvoorbeeld geen stromend water of elektriciteit. Bewoners werden over het algemeen niet erg oud. Ook hier bevestigt de uitzondering natuurlijk de regel, want de legendarische plaggenhutbewoner Rowwen Hèze uit America, werd maar liefst 93 jaar! Inderdaad, naar hem is de befaamde dialectgroep uit dit Peeldorp genoemd.
Tot rond 1930 werden in de Peel plaggenhutten bewoond door de allerarmste arbeiders zoals dagloners, turfstekers en arme boeren.
Interieur van een plaggenhut, met achterin de ‘eethoek’ en vooraan rechts het eenvoudige bed.

Stichting Peelmuseum 2013